Michel Zaalblok is een Nederlandse Surinamer die in Antwerpen woont. Hij is oprichter van Sudisobe vzw, een organisatie die de mensen – hoe anders ze ook zijn – wil samenbrengen. Op een uiterst enthousiaste manier vertelt hij me zijn levensverhaal en –visie.

U bent in Suriname geboren. Hoe zag uw leven er daar uit?

Ik ben geboren in het disctrict Nickerie, een streek van melk en honing, en opgegroeid in Wageningen waar mijn ouders in een Nederlandse NGO werkten.

Dankzij de NGO hadden we alle mogelijke voorzieningen: we werden echt verwend. Veel werd er voor ons gedaan, zo stond er bijvoorbeeld elke morgen verse melk voor de deur. We woonden zelfs in een huis van het bedrijf.

We zaten met alle kinderen van de NGO op school: blanke kinderen, Chinese kinderen, Afrikaanse kinderen,…
Maar de ouders van de blanken (de stafleden) woonden in een wijk waar we niet mochten gaan spelen. Die wijk werd bewaakt door een soort politie. Mijn ouders accepteerden het gewoon. Maar voor mij was het niet normaal: “Waarom mag hij bij mij komen spelen maar ik niet bij hem?” vroeg ik hen. En dan zeiden mijn ouders “hou je bek”(lacht). Want in Suriname is het niet “hou je mond” maar wel “hou je bek”.

In de weekends gingen we soms naar de geboortestreken van mijn vader of mijn moeder. Daar leerde ik allemaal verschillende dingen, dingen die typisch waren uit die streken. Wanneer ik dan terug bij mijn vrienden in Wageningen was – die de streek bijna nooit verlieten – had ik allemaal nieuwe spelmethodes en verhalen.

Ik ben naar de middelbare school gegaan in de stad. Ik hielp toen vaak mee in het bedrijf van mijn oma. Toen in 1980 de revolutie uitbrak, ben ik teruggekeerd naar Wageningen. Met een soort van vergunning (machtiging) kon ik daar een winkel openen en begon ik rijst te verkopen. In Wageningen zag ik dat het echt bergafwaarts ging. Alles begon slecht te gaan. De mensen begonnen te stelen en drugs te verkopen. Zelfs het publieke zwembad werd gesloten. Er moest dus iets gebeuren. Toen heb ik een organisatie opgericht. De druk van de crisis was groot. Het was erg moeilijk om aan geld te geraken. We probeerden op een stukje grond wat dingen te planten om later te verkopen. Met die opbrengst hebben we bijvoorbeeld het zwembad opgeknapt. De mensen beginnen je dan meer en meer te steunen omdat ze zien dat je goed werk levert. Zo groeiden we steeds verder. Maar de druk werd steeds groter.

Hoe bent u dan uiteindelijk in België beland?

Eerst ben ik terecht gekomen in Nederland, dat was in 1995. Toen de druk steeds groter werd in Suriname heb ik besloten om mijn organisatie verder te zetten in Nederland, om daar wat meer hulp te zoeken. Ik wou ook terug naar de basis, dat is belangrijk wanneer je weet dat je land zo lang gekoloniseerd is. Ik wou weten hoe het allemaal zat. Er zijn veel mensen die gewoon langs hun geschiedenis heen leven. Ik niet, ik moet de dingen en gebeurtenissen kunnen plaatsen. Ik wil weten wat er is gebeurd en hoe het is gebeurd.

Ik ben dus in Nederland aangekomen. Maar ik had er eigenlijk een heel verkeerd beeld van. Daarvoor dacht ik ‘Iedereen is eerlijk’. Maar dat was niet zo. Ik ben er echt opgelicht geweest. Ik heb eerst geprobeerd om mijn eigen organisatie verder te zetten. Toen dit niet goed lukte, omdat de mensen echt te weinig gemotiveerd waren, heb ik me aangesloten bij een bestaande organisatie. Dat is ook niet goed gelukt want ik ben echt opgelicht geweest door de verantwoordelijke van de organisatie. Hij zag overal geld en heeft ons dus niet geholpen.

Na dit voorval was ik echt heel down en heb ik donkere tijden meegemaakt. Ook heb ik een aantal verkeerde dingen gedaan. Ik zag het niet meer zitten in Nederland en heb toen besloten een andere koers te varen en naar Antwerpen te komen.

Ik had in Nederland al informatie opgedaan rondom het mezelf zijn in Suriname als Afrikaan. Door veel historisch opzoekwerk ontdekte ik dat het onder andere door een Antwerpenaar was, Willem Usselincx, dat de West indische compagnie Afrikanen is gaan halen vanuit Afrika om ze naar Zuid Amerika te brengen om te werken. Het was voor hem niet de bedoeling dat ze als slaven werden behandeld, dat is er later bijgekomen. Hij had eigenlijk een mooi plan om de mensen vanuit Afrika naar Amerika te brengen om zo uiteindelijk bij te dragen aan de Europese welvaart. Hij wenste een nieuwe en betere samenleving. Dus ik dacht: “Als het allemaal in Antwerpen is begonnen, dan wil ik naar België komen.”

Hoe ziet uw leven er nu uit?

Ik houd me erg bezig met de organisatie die ik hier heb opgestart in Antwerpen: Sudisobe. Er zijn 177 verschillende nationaliteiten aanwezig in onze stad. We zouden dit als een rijkdom moeten zien om van elkaar te kunnen leren. Veel mensen zien dit jammer genoeg anders. Ik vind dat er hier niet gekeken wordt naar de geschiedenis, of veel te weinig. We moeten ons meer vragen stellen. Ik immigreer naar hier maar wat schenk ik de mensen van België? Wat is mijn aanwinst? Wat is mijn meerwaarde als ik precies zoals een Belg word? Waar gaan we naartoe? Wat is het doel? We moeten meer van elkaar kunnen leren. We zijn verschillend en we moeten leren om samen om te gaan met deze verschillen. Dit probeer ik dan ook met mijn organisatie na te leven. Wat we moeten proberen te doen is “equal zijn” en elkaar respecteren. Je moet niet jaloers zijn of hopen dat je de anderen zoals jezelf kan maken. Je moet denken aan de anderen en hen respecteren.

Heb je gemerkt dat ik een spraakgebrek heb? Dit heb ik al sinds ik klein ben. Op school zeiden ze vaak tegen me: “Je bent agressief”.

Thuis hoorde ik dan “Omdat Michel stottert is hij agressief”. Toen ben ik begonnen met het omgekeerde te bewijzen. Dit doe ik nu al ongeveer 30-40 jaar. Er zijn veel mensen die normaal zijn maar die hun mening niet durven uit te spreken. Ik heb een spraakgebrek en ik durf op te komen voor mezelf, voor anderen, voor een beter leven. En zo denk ik ook over mensen die een handicap hebben. Je hebt de keuze: blijven zitten en niets doen of je stem laten horen. Er is maar één kleine gedachte nodig die een heel groot succes in het leven kan worden.

Wat mist u het meest uit Suriname?

Het vieren van oud en nieuw mis ik het meest. Hier wil ik er niets van weten en slaap ik er gewoon door. Ik heb het gevoel dat het hier amper gevierd wordt. Er heerst een andere sfeer. Het is gewoon echt anders. Ik ken Belgen die elke keer rond die periode naar Suriname gaan.

Ook vind ik dat de mensen in België veel te lang werken, tot hun 65 jaar. Er zijn zoveel jongeren die geen werk vinden en de ouderen hebben al zo lang gewerkt. Jongere mensen moeten meer zorgen voor hun ouders, zodat ze niet tot hun 65 moeten gaan werken. Dat krijgen de jongeren dan later terug van hun eigen kinderen. Het is zoals zaad dat terug gemaaid wordt. De velden moeten tijd krijgen voor het nieuwe zaad.

Origineel artikel op: https://kifkif.be/cnt/artikel/als-het-allemaal-antwerpen-begonnen-wil-ik-naar-belgie-komen-michel-zaalblok-vertelt